Naar content

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

Voorzitter Commissie Maatschappelijke Kwaliteit Eva van Velzen: “Zorg is een onderdeel van gezondheid. Belangrijk, maar zeker niet het enige onderdeel.”

“Zorg is een onderdeel van gezondheid. Belangrijk, maar zeker niet het enige onderdeel.”

“Zorg is een onderdeel van gezondheid. Belangrijk, maar zeker niet het enige onderdeel.”

Artsen maken zieke mensen beter, maar wat als we er samen voor zorgen dat er veel minder mensen ziek worden? Daar droomt Eva van Velzen van, voorzitter van de Commissie Maatschappelijke Kwaliteit. “Juist door bij de opzet van je onderzoek al na te denken over vervolgstappen, zorgen we dat iedereen van nieuwe kennis profiteert.”

Nog maar net verhuisd uit Londen en begonnen als kersverse programmamanager bij de Alrijne Zorggroep in Leiden, wordt Eva van Velzen gevraagd om voorzitter te worden van de Commissie Maatschappelijke Kwaliteit (CMK). De commissie is dan nog relatief nieuw en de Hartstichting het eerste gezondheidsfonds dat hier in deze vorm mee experimenteert. Twintig vertegenwoordigers uit de samenleving, van patiënten en de zorg vragen elke onderzoeker met een voorstel wat hun werk de samenleving oplevert. “Ik had er nog nooit van gehoord, maar was er meteen voor in.”
Al tijdens haar studie geneeskunde valt Van Velzen voor public health, waarna ze haar plannen omgooit en vertrekt naar het Verenigd Koninkrijk, “bakermat van de public health”. Eerst Glasgow voor een Europees fellowship in epidemiologie en vervolgens Londen, voor haar specialistenopleiding: “snelkookpan van interessante mensen met innovatieve ideeën rond volksgezondheid”.
Terug in Nederland werkt ze overdag aan het transitieprogramma ‘de juiste zorg op de juiste plek’, vanuit een ziekenhuis maar in nauwe samenwerking met regionale partners. In haar vrije tijd zorgt Van Velzen bij de Hartstichting als voorzitter CMK dat naast wetenschappelijke degelijkheid van onderzoeksvoorstellen ook de maatschappelijke kwaliteit getoetst wordt. Wie zijn die mensen die elk onderzoek tegen het maatschappelijke licht houden en wat beweegt haar?

Waarom als student geneeskunde kiezen voor public health?
“Tijdens mijn coschappen zat ik bij een internist op spreekuur: achter elkaar 32 patiënten met diabetes. Ik heb ze geteld. Toen de laatste weg was vroeg ik de internist: ‘Los je wel eens wat op?’ Gelukkig moest hij heel erg lachen. Hij zei: ‘Als je zo denkt, moet je public health gaan doen.’ Een gouden tip. Hoe meer ik erover te weten kwam, hoe zekerder ik wist dat ik me daar voor wilde inzetten.”
 
Wist je toen ook meteen dat je heel ander werk zou gaan doen?
“Nee, ik heb me eerst verdiept in de wetenschappelijke kant, de epidemiologie. Dat is een uitstekende, oerdegelijke basis. Data zijn belangrijk. Maar ik ben niet iemand die de hele dag data wil zien. Ik wil veranderen, verbeteren. Geneeskunde is mooi, maar voorkomen van ziekte vind ik nog mooier. Vanuit public health kijk je ook naar de politieke en maatschappelijke kant, die aan ziekte voorafgaat. Honderd jaar geleden drongen artsen aan op schoon water, wat we nu vanzelfsprekend vinden. Tegenwoordig gaat het over een gezonde leefstijl hebben en volhouden, bijvoorbeeld dankzij fietspaden en parken, die meer bewegen stimuleren, en wetgeving op suiker en vet. Goed ingerichte zorg is een onderdeel van gezondheid. Een belangrijk onderdeel, maar zeker niet het enige.”
 
Waarom voel je je geroepen om niet alleen deel te nemen aan de commissie, maar die ook meteen te leiden?
“Even aankijken was misschien logisch geweest, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik werkte pas net een paar maanden in Nederland. Petra van Pol, cardioloog in mijn nieuwe ziekenhuis, had ik al een paar keer gesproken en we hadden een klik; we zijn met dezelfde dingen bezig. Op een dag belt ze me op en zegt zonder veel poespas: ‘Ik zit in een commissie, ik vind dat jij ‘m moet gaan voorzitten.’ Mijn eerste twee dagen bij de CMK: meteen de diepte in met onderzoeken naar eerder herkennen van hart- en vaatziekten. Ik viel met mijn neus in de boter.”
 
Wat vinden onderzoekers ervan, om naast wetenschappelijk ook maatschappelijk beoordeeld te worden?
“Zeker bij onderzoekers die voor het eerst met ons te maken krijgen, merk je dat het even wennen is. Universiteit en ziekenhuis zijn werelden op zich, die niet van nature met partijen buitenshuis samenwerken. Voor de Dekkerlaureaten, vaak nog aan het begin van hun carrière, doen we workshops over maatschappelijke kwaliteit en valorisatie en dan zie je dat het nieuw voor ze is, dat ze er tijdens hun opleiding vrijwel niets over gehoord hebben. We merken dat het onderwerp juist heel erg aanspreekt. Jonge onderzoekers de goede kant op helpen is natuurlijk het mooiste wat er is. Maar ook met door de wol geverfde onderzoeksleiders hebben we goede gesprekken en merken we dat onze inbreng wordt gewaardeerd.”
 
Voor wie dit leest en nog moet: wat is het belangrijkste om op te letten?
“Wij kijken naar drie onderdelen: relevantie van het onderzoek, hoeveel patiënten worden hier nu beter van of zelfs helemaal niet ziek, de mate waarin volgende stappen zijn doordacht, dus hoe zorg je dat jouw kennis straks wordt toegepast en ten slotte de mate waarin patiënten en andere gebruikers worden betrokken. Dat laatste, daar staan we het meest om bekend, maar die eerste twee zijn minstens even belangrijk. Het zijn natuurlijk heel andere dan wetenschappelijke criteria.”
 
Een onderzoek kan natuurlijk wetenschappelijk briljant zijn en maatschappelijk nog niet veel opleveren.
“Inderdaad. Andersom is minder waarschijnlijk. Als het wetenschappelijk rammelt, kom je nergens. Bij fundamenteel onderzoek is per definitie niet altijd duidelijk wat de maatschappelijke opbrengst zal zijn. Maar ik durf de stelling wel aan dat in élk onderzoek een relevante volgende stap te bedenken is en daar daag ik onderzoekers dan ook graag toe uit. Maar het komt zeker voor dat er goed onderzoek bij een gebrek aan maatschappelijke relevantie afvalt. Je moet dat echt niet onderschatten.”
 
Hoe zie je dat een onderzoeksvoorstel nog wat nodig heeft op maatschappelijk vlak?
“Het is erg veel leeswerk, soms wel twintig onderzoeken per sessie. Als de aanvraag zelf al lastig te doorgronden is en slecht geschreven, dan zit het wetenschappelijk en maatschappelijk gezien vaak ook niet goed in elkaar. Ik wil niet het gevoel hebben dat iemand een checklist afwerkt met betrekking tot maatschappelijke kwaliteit. Het moet doordacht en betekenisvol zijn. We merken soms dat onderzoekers nog moeten wennen aan participatie van patiënten. Waar ga je ze vandaan halen wat ga je van ze vragen? En in het geval van eerder herkennen van hart- en vaatziekten: hoe zet je je samenwerking met bijvoorbeeld huisartsen, wijkverpleegkundigen en eerstelijnsorganisaties op? Heb je daar wel genoeg tijd voor opgenomen in je planning? Hele concrete vragen; uit het antwoord valt veel af te leiden. We denken natuurlijk graag mee.”
 
Vinden onderzoekers jullie inbreng niet ook wel eens lastig?
“Ik snap best dat onderzoekers ons soms lastig vinden. Je brengt een groot deel van je leven in dat ziekenhuis of op die universiteit door en dan staat ineens een commissie tegenover je met kritische vragen over maatschappelijke impact. Maar het kan, als je je daar overheen zet, ook heel leuk en waardevol zijn dat er constructief wordt meegedacht. En het is ook zo logisch. Een architect bouwt ook niet ongevraagd een huis zonder keuken of met vier badkamers. Ziekenhuizen zijn de afgelopen eeuw georganiseerd rondom de gedachte dat je één klacht hebt en daarmee naar één specialist gaat. Maar de huidige patiënt heeft meer problemen tegelijk en daar passen ziekenhuizen zich dus op aan. Dat zien we ook bij onderzoek. Wetenschappers zijn ontzettend doorgespecialiseerd en verliezen het grotere geheel uit het oog. De CMK probeert het grote geheel weer terug te brengen en invoelbaar te maken. Een minderheid vindt dit lastig, een groot deel van de onderzoekers wordt er juist door geprikkeld.”
 
Wanneer merkte je dat jullie vragen echt relevant waren?
“Bijvoorbeeld toen wij een prachtig onderzoeksvoorstel voorlegden aan huisartsen en dat die zeiden: dat is een interessant probleem, maar we hebben het allang anders, op een praktische manier opgelost. Dat is geen reden om het onderzoek niet te gaan doen, maar als je beperkt geld hebt, moet je kiezen. Je kunt ook te veel onderzoek doen.”
 
Hoe kan er nu te veel onderzoek worden gedaan?
“Lees anders eens een middagje met me mee… echt, wie kan dat allemaal nog bijhouden? Als je ziet hoeveel voorstellen er op één Europese subsidie komen en hoe weinig er daarvan worden gehonoreerd! Is het schrijven van al die aanvragen goede tijdsinvestering? Ik heb wel eens een systematic review gedaan en toen viel mij op dat er best veel totaal irrelevante dingen worden gepubliceerd. Uit van die hele grote datasets komt dan dat die en die mensen tussen 35 en 42 een wat hoger risico lopen op dit en dat. Degelijk onderzoek, maar wat moeten we ermee? Zelfs de beste specialisten overzien alleen nog hun eigen kleine vakgebied. Dan kunnen wij bijdragen aan het maken van keuzes.”
 
Zijn hartpatiënten een bepaald soort patiënten?
“Dé hartpatiënt bestaat niet. Er zijn jonge mensen die heftige dingen meemaken, een hartinfarct tijdens hardlopen in het bos. Maar ook hele oude mensen met hartfalen. Je hoeft trouwens geen patiënt te zijn om in de CMK te zitten; ik ben zelf ook geen patiënt. De meerwaarde van een commissie met patiënten, gewone burgers en zorgprofessionals is juist dat we allemaal anders zijn en dat we op die manier tot een goed gewogen oordeel komen. Wat zou ik, als burger, als inwoner van Nederland, willen dat er met deze resultaten gebeurt?”
 
Moet de CMK niet gewoon de opdrachtgever van het onderzoek zijn?
“Nee. Nou ja. Idealiter wel natuurlijk. Maar het werkt zo niet. Iedereen kent deze uitspraak van Steve Jobs van Apple waarschijnlijk wel: als we hadden gewacht op de vraag, was er nooit een iPad gekomen. Bij het prioriteren van onderzoek kijk je naar maatschappelijke vragen, maar je laat je daar niet toe beperken. Je moet als opdrachtgever creatieve geesten ook de ruimte kunnen geven om innovatief te zijn, zonder dat je het meteen begrijpt. Wij hebben geen exact lijstje wat onderzocht moet worden en wat niet; niemand heeft dat overzicht. Wel kunnen we vragen stellen: waar hebben we de meeste impact in een samenleving die vergrijst en steeds meer chronische patiënten heeft?”
 
Welk maatschappelijk onderwerp krijgt volgens jou te weinig aandacht?
“Obesitas. We lijken te accepteren dat meer dan de helft van de volwassenen overgewicht heeft. Je kunt metabole processen gaan onderzoeken, en dat moet ook, maar ik heb tijdens een college wel eens een croissant van nu naast een croissant van vijftien jaar geleden gezien: twee keer zo groot. Schokkend. Honderd jaar geleden waren het artsen die aanzetten tot schoon drinkwater voor iedereen, nu zouden artsen nog veel harder moeten pleiten tegen wat er in de voedselindustrie gebeurt. We praten daar veel te weinig over.”
 
Waar moet het heen met de CMK of is het goed zoals het nu is?
“De CMK is geen doel op zich. We willen bijdragen en zolang we het gevoel hebben dat we dat doen, is het goed zo. Het is natuurlijk wel vrijwilligerswerk, dat geeft beperkingen. Ik hoop mee te maken dat onderzoek naar preventie een steeds steviger positie krijgt. Ik verheug me daarom erg om deze zomer met de evaluatie van het vijfde onderwerp van de onderzoeksagenda aan de slag te gaan: manieren om gezond leven vol te houden.”
 
Zie je het zonnig in?
“Ik ben wel hoopvol, ja. We zijn natuurlijk een land van honderdduizend organisaties. Het gaat niet allemaal even snel. Maar met de corona-uitbraak hebben we gezien dat we er als het urgent is, we er ook met z’n allen voor gaan staan. Het is mijn ambitie om dat aan te blijven jagen, die urgentie voelbaar te blijven maken. Maatschappelijke kwaliteit is niet een bepaalde definitie, maar iets wat je doet.”


Eva van Velzen (1981)

Eva van Velzen  (1981)

Functie: Programma manager JZJP / Arts M&G en voorzitter CMK bij de Hartstichting.
 
Standplaats: Alrijne Zorggroep, Leiden / Leiderdorp / Alphen aan den Rijn
 
Thuis: “Getrouwd met Mike uit Glasgow. Nee, we hebben elkaar niet daar ontmoet, maar in de rij voor het vliegtuig. Hij is met me meegekomen naar Leiden. We hebben samen een dochter: Clara. Die is nu twee en een half.”
 
Vrije tijd: “Ach, ik vind mijn werk leuk. Ontspannen doe ik met vrienden en door te wandelen in de natuur. Ik bootcamp twee keer in de week om fit te blijven. Verder lees ik graag. Als specialist public health moet ik natuurlijk The Citadel van A.J. Cronin aanraden. Die was honderd jaar geleden arts en vertelt uit eigen ervaring over schoon drinkwater en kwaliteitsbewaking van medische zorg. Zaken die in die tijd nog niet vanzelfsprekend waren. Wat toen al breed als kwakzalverij werd gezien, werd doodleuk toch nog dertig jaar lang door dezelfde arts in hetzelfde dorp toegepast. Geen enkele nascholing of controle. Het vertrouwen dat artsen vandaag de dag genieten, is iets om te koesteren.”
 
Wilde als meisje worden: “Dokter. En als het geen geneeskunde was geworden: iets met geschiedenis en journalistiek. Ik had een diep gevoel voor recht en onrecht. Ik maakte me al vroeg zorgen over zeehondjes.”
 
Haar grote voorbeeld is: “Had ik niet echt, tot ik professor Michael Marmot ontmoette, de man die al jaren onderzoekt en aantoont dat arme mensen vrijwel automatisch ook ongezonder zijn. Zijn colleges zijn heel inspirerend. Een heel bescheiden man, elk woord is raak. Hij vertegenwoordigt al mijn idealen: goede wetenschap, goed team, gedegen wetenschappelijke bevindingen en daar dan beleid mee beïnvloeden.”
 

Haar favoriete Hartstichting-thema’s:


Onderzoeksagenda
“Echt heel knap, om tegen weerstand in met die heel brede agenda te komen. En goed dat de Hartstichting, tot dan toe vooral geassocieerd met de AED en onderzoek naar goede behandeling, daar ook preventie op heeft willen zetten.”
 
Samenwerking
“Dat spreekt voor zich. Gezondheid is iets met veel meer factoren, dan die waar de dokter invloed op heeft. Leefomgeving. Arbeidsvoorwaarden. Opleiding. Gezondheidzorg in de buurt. Als een succesvolle behandeling vooral betekent dat we nóg meer patiënten krijgen, dan moeten we op een andere manier verder.”
 
Eerder opsporen
“Het gaat om zulke grote aantallen mensen die we veel eerder kunnen helpen. En dan hoop ik dat we die vervolgens niet gaan medicaliseren, maar juist helpen met afvallen en stoppen met roken. Ik ben blij dat steeds duidelijker wordt wat de relatieve impact is van preventie. De gigantische daling van mortaliteit aan cardiovasculaire ziekten die wij de afgelopen decennia hebben meegemaakt is voor de helft betere behandeling en voor de andere helft preventie. Dat is niet niks. Een goede automonteur haalt niet alleen de kreukels uit de motorkap, maar raadt je ook aan om wat voorzichtiger te rijden.”

Nieuwsbrief Professionals Online

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws rondom financieringsmogelijkheden, samenwerkingsmogelijkheden, projecten en evenementen? Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld je aan

Lees meer over dit onderwerp

Goede voorbeelden van gebruikersparticipatie

Goede voorbeelden van gebruikersparticipatie

Commissie Maatschappelijke Kwaliteit (CMK)

Commissie Maatschappelijke Kwaliteit (CMK)

Maatschappelijke kwaliteit

Maatschappelijke kwaliteit