Professionals.Hartstichting.nl wordt geladen

In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 17.000 mensen een hartstilstand buiten het ziekenhuis. Als het lukt om het hart weer op gang te krijgen, overlijdt meer dan de helft van de patiënten alsnog op de intensive care-afdeling als gevolg van ernstige hersenschade. Zo’n 23% van de mensen die buiten het ziekenhuis een hartstilstand heeft gekregen overleeft dit. Een deel van hen houdt hier blijvende neurologische beperkingen, zoals geheugenproblemen, concentratieverlies of moeite met dagelijkse activiteiten aan over.

Een urgent vraagstuk

Het voorkomen van hersenschade is één van de grootste uitdagingen bij de behandeling van een hartstilstand. Daarvoor is het nodig om tijdens een hartstilstand zuurstof naar de hersenen te krijgen. Er is tot nu toe weinig bekend over wat de beste manier van beademen is tijdens reanimatie. Daarom heeft de internationale wetenschapsvereniging ILCOR, die de wereldwijde reanimatierichtlijnen opstelt, dringend opgeroepen tot grote studies die dit onderzoeken.

Twee verschillende beademingsballonnen

In de studie, onder leiding van Jeroen van Eijk van Amsterdam UMC, wordt onderzocht of het toevoegen van een PEEP-ventiel aan de beademing tijdens reanimatie leidt tot betere uitkomsten. De studie gebeurt in samenwerking met de ambulancediensten in Noord-Holland en Flevoland. Elke reanimatie buiten het ziekenhuis wordt automatisch onderdeel van het onderzoek, zo is de groep patiënten een goede afspiegeling van de samenleving.

Snelle toepassing is mogelijk

Na de reanimatie volgen de onderzoekers wat er met de patiënten gebeurt. Ze kijken naar overleving, hersenfunctie bij ontslag uit het ziekenhuis en kwaliteit van leven. Als blijkt dat het gebruik van het PEEP-ventiel tijdens reanimatie veilig is en betere resultaten geeft, kan deze techniek snel worden ingevoerd in de ambulancezorg. Alle zorgverleners die reanimeren zijn al getraind in het gebruik van het PEEP-ventiel en in elke ambulance is het benodigde materiaal al aanwezig.

  • Hoe werkt het PEEP-ventiel?

    Positieve eind-expiratoire druk (PEEP) is een techniek waarbij een beetje druk in de longen achterblijft na het uitademen. Hierdoor blijven de longblaasjes open wat de zuurstofopname kan verbeteren. Met een eenvoudig drukventiel op de beademingsballon kan de hoeveelheid PEEP worden ingesteld. Dit verbetert de gaswisseling en kan zorgen voor meer zuurstof in het bloed. In het ziekenhuis krijgen beademde patiënten, bijvoorbeeld op de operatiekamer of intensive care, standaard PEEP.

    Bij mensen met een hartstilstand zou PEEP ook kunnen helpen, maar tijdens reanimatie wordt PEEP nu niet altijd en niet overal toegepast. Terwijl uit onderzoek blijkt dat PEEP ook tijdens reanimatie de hoeveelheid zuurstof in het bloed verhoogt. Een te laag zuurstofgehalte komt vaak voor tijdens reanimatie en leidt tot slechtere uitkomsten: het hart komt minder vaak weer op gang en de kans op goed herstel van de hersenen is dan veel kleiner. Daarom is PEEP een veelbelovende behandeling bij reanimatie.

  • Dataverzameling via ARREST

    De gegevens voor deze studie worden verzameld via het ARREST-register. Dit is een bestaand en uniek register voor gebeurtenissen rondom een hartstilstand buiten het ziekenhuis. Het ARREST-register verzamelt al bijna 20 jaar continu gegevens van de meldkamer, ambulancediensten en ziekenhuizen over elke reanimatie in Noord-Holland. Het register is ontstaan vanuit de behoefte om niet voor elke nieuwe studie opnieuw een dataverzamelingssysteem op te zetten, maar om gegevens structureel en efficiënt te verzamelen.

    Sinds de eerste grote prehospitale studie met 6.000 patiënten in 1985 is ruime ervaring opgedaan met het uitvoeren van grote vergelijkende studies in de ambulancezorg. Het gebruik van de bestaande infrastructuur van ARREST zorgt voor een efficiënte uitvoer van de REVIVE-PEEP-studie. Met betrouwbare gegevens, zonder extra belasting voor patiënten of zorgverleners en met een efficiënt gebruik van onderzoeksgeld.

Wil je meer weten over de financieringsmogelijkheden van ons Klinische Studie Programma?