Rechterhartfalen eerder herkennen en beter behandelen
ARROW is een van de zeven consortia die we financieren in het kader van de hart- en vaatagenda. Hiermee zetten we concrete stappen in het realiseren van onze doelstellingen.
Rechterhartfalen wordt vaak te laat ontdekt en er is nog geen behandeling die de rechterhartkamer echt verbetert. In het ARROW-onderzoek bundelen onderzoekers hun krachten om dit te veranderen.
De onderzoeksleiders van ARROW zijn prof. dr. Frances de Man (Amsterdam UMC) & prof. dr. Linda van Laake (UMC Utrecht).
Verder zitten in de projectgroep: Jessie van Wezenbeek (Amsterdam UMC), Saskia de Jager (UMC Utrecht), Amand Floriaan Schmidt (Amsterdam UMC), Aida Llucià-Valldeperas (Amsterdam UMC), Anke Smits (Leiden UMC), Antonie Vonk Noordegraaf (Amsterdam UMC), Anneline te Riele (UMC Utrecht), Louis Handoko (UMC Utrecht), Marie-Jose Goumans (Leiden UMC), Jan Willem Buikema (Amsterdam UMC).
Rechterhartfalen is een ernstig en vaak onderbelicht probleem. Het wordt vaak pas laat ontdekt, terwijl de gevolgen groot zijn. Daarom start een team van cardiologen, moleculair biologen en datawetenschappers het ARROW-onderzoek. Zij willen rechterhartfalen eerder kunnen voorspellen én nieuwe behandelingen ontwikkelen, zodat patiënten sneller de juiste zorg krijgen.
Nog geen behandeling
Dat is hard nodig. De afgelopen decennia zijn grote successen geboekt bij hartfalen van de linkerhartkamer. Voor de rechterhartkamer geldt dat veel minder, terwijl juist deze hartkamer vaak bepaalt hoe het met iemand afloopt. Als de rechterkant van het hart het bloed niet goed genoeg meer kan rondpompen, kan dat leiden tot vochtophoping, schade aan organen zoals lever en nieren, en meer ziekenhuisopnames. Toch bestaat er nog geen behandeling die de rechterhartkamer echt beter maakt.
Risico's voorspellen
Rechterhartfalen kan op verschillende manieren ontstaan. Soms krijgt de rechterkamer ineens te veel bloed te verwerken, bijvoorbeeld na een steunhart of bij een lekkende hartklep. Soms moet de rechterkamer langdurig tegen een te hoge druk in de longvaten in pompen, zoals bij pulmonale hypertensie. En soms raakt de rechterkamer zelf beschadigd, bijvoorbeeld door een erfelijke aandoening of een ontsteking van de hartspier. In al deze situaties kunnen artsen nu vooral klachten behandelen, bijvoorbeeld met plaspillen. Maar het echte probleem blijft.
Het ARROW-consortium gaat daarom betere risicomodellen ontwikkelen om eerder te zien wie rechterhartfalen krijgt. Ook zoeken de onderzoekers naar nieuwe biomarkers in bloed en weefsel, zodat artsen sneller kunnen ingrijpen. En met een humaan celmodel testen ze nieuwe behandelstrategieën die de rechterhartkamer kunnen beschermen. Zo krijgt de ‘vergeten’ hartkamer eindelijk de aandacht die ze verdient en krijgen patiënten eerder de zorg die ze nodig hebben.