Pilot voor een nieuwe tool: hoe beoordeel je vooraf de impact van onderzoek?
De Hartstichting werkt samen met onderzoekers van de Universiteit Twente aan een nieuwe manier waarmee de beoordeling van de impact van onderzoeksaanvragen ondersteund kan worden. Een speciaal te ontwikkelen Health Technology Assessment-tool moet inzicht geven in de potentiële gezondheidswinst van onderzoek, al tijdens het beoordelingsproces van aanvragen.
Door: Hanneke Reinders
Elke onderzoeksfinancier heeft er mee te maken: er komen vaak meer goede aanvragen binnen dan waar budget beschikbaar voor is. Hoe bepaal je welke onderzoeken je wel en niet honoreert?
Een nieuw soort HTA
Om die afweging beter te ondersteunen, ontwikkelt een team van de Universiteit Twente in samenwerking met de Hartstichting een nieuwe tool voor Health Technology Assessment (HTA). Waar HTA traditioneel vooral gebruikt wordt om de waarde van een innovatie te beoordelen tijdens en ná ontwikkeling, richt dit project zich op een nog eerdere fase: de beoordeling van onderzoeksvoorstellen.
Beoogde impact centraal
Prof. dr. ir. Erik Koffijberg, hoogleraar Technology Assessment of Digital Health Innovations, legt uit: “We werken aan een tool die in kaart brengt hoe waardevol een onderzoeksaanvraag is op basis van de verwachte impact in Nederland. Dat maakt het mogelijk om aanvragen te vergelijken op deze impact, als onderdeel van de beoordeling.”
Tara Moens, projectmedewerker bij de Hartstichting en betrokken bij de ontwikkeling, voegt toe: “De wens voor deze tool komt voort uit het thema Kennis sneller toepassen van de hart- en vaatagenda. Als we ons beoordelingsproces optimaliseren, draagt dat bij aan meer impactvolle resultaten die de praktijk bereiken.”
Eenvoudig beginnen
Koffijberg benadrukt dat het project een pilot is: “We werken nu retrospectief. We kijken naar aanvragen uit eerdere financieringsrondes om te onderzoeken of de methode inderdaad bruikbare inzichten oplevert.”
Voor deze pilot is bewust gekozen om aanvragen van het Klinische Studie Programma te gebruiken. Deze zijn vaak heel gestructureerd en de eindpunten van deze onderzoeken hebben een duidelijke en directe impact voor patiënten: zoals minder ziekenhuisopnames of minder beroertes.
“Daardoor zijn voorstellen relatief goed met elkaar te vergelijken,” aldus Koffijberg. “Het toepassen van dezelfde methodiek op meer fundamenteel onderzoek is ingewikkelder. Mogelijk is dit een volgende stap voor de toekomst.”
Vier parameters
Bij het inschatten van de potentiële impact van een onderzoek kijkt de tool onder meer naar deze vier punten:
- Hoeveel mensen kunnen er uiteindelijk baat bij hebben?
- Hoe groot is de verwachte verbetering in kwaliteit van leven?
- Hoe groot is de verwachte verbetering in overleving?
- Hoe waarschijnlijk en hoe snel kan implementatie plaatsvinden?
De tool combineert deze factoren en maakt een schatting van de verwachte gezondheidswinst van het onderzoek. Uiteindelijk rolt er een getal uit dat iets zegt over de winst in zogenoemde Quality-Adjusted Life Years (QALY's): een maat die zowel levensduur als kwaliteit van leven meeweegt. Koffijberg: “Uiteindelijk willen we kunnen inschatten hoeveel gezonde levensjaren een onderzoek mogelijk oplevert voor de Nederlandse bevolking.”
Oog voor zeldzame aandoeningen
Een belangrijk aandachtspunt bij de ontwikkeling van de tool is zeldzame aandoeningen. Innovaties voor kleine patiëntengroepen kunnen immers grote impact hebben voor individuele patiënten, terwijl het aantal mensen dat profiteert relatief beperkt is.
Volgens Koffijberg vraagt dat om een zorgvuldige afweging en goede interpretatie van de uitkomsten van de tool: “Zo kunnen we verschillende typen onderzoek op een eerlijke manier met elkaar vergelijken.”
Maatschappelijke waarde
Een nauwe samenwerking met de beoordelingscommissie van het Klinische Studie Programma is essentieel bij de ontwikkeling. Moens: “Het is voor ons een succes als de commissie de tool als een meerwaarde ziet voor het beoordelingsproces en er goed mee uit de voeten kan. Als zij het niet gebruiksvriendelijk of nuttig vinden, schieten we er immers niet veel mee op.”
Gezondheidsonderzoek draait niet alleen om het verzamelen van bewijs, maar om het verbeteren van gezondheid.
Het streven is om de tool zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de huidige aanvraagprocedure. Moens: “Het zou kunnen dat we het aanvraagproces uitbreiden door extra informatie te vragen, bijvoorbeeld over kwaliteit van leven.”
Koffijberg vult aan: “We stimuleren zo onderzoekers om al vroeg na te denken over de uiteindelijke maatschappelijke waarde van hun onderzoek. Gezondheidsonderzoek draait namelijk niet alleen om het verzamelen van bewijs, maar om het verbeteren van gezondheid.”
Een transparant hulpmiddel
Moens wijst erop dat de tool een hulpmiddel is: “We blijven altijd goed kijken naar alle ingediende aanvragen. De tool kan ons helpen bij het prioriteren van de meest impactvolle aanvragen, maar de uitkomst van de tool zal nooit het enige zijn waar we een besluit op baseren.”
Daarbij is transparantie heel belangrijk, benoemt Moens: “De tool mag geen black box worden, we moeten altijd snappen wat er gebeurt en kunnen uitleggen aan onderzoekers hoe uitkomsten van de tool gebruikt zijn in beoordelingen. Als deze pilot positief uitpakt, kunnen we besluiten of we de tool daadwerkelijk gebruiken. Als het zover is, zullen we dat duidelijk vermelden bij de call."
Interessant voor jou
Het laatste nieuws voor professionals