Professionals.Hartstichting.nl wordt geladen

Op de foto staan de vijf winnaars van de TedMed talks 2026, helemaal rechts staat Eric Sijbrands

Door: Hanneke Reinders

Midden in de bossen ten noordwesten van Arnhem ligt het Olympisch Trainingscentrum Papendal. Naast een thuisbasis voor topsporters, is het ook een inspirerende congreslocatie en het toneel van onze jaarlijkse cardiovasculaire cursussen. Hier volgen PhD’s en postdocs diverse colleges en workshops rondom de thema’s hart, vaten en carrière. 

Sinds 2008 is prof. dr. Eric Sijbrands, hoogleraar vasculaire geneeskunde aan het Erasmus MC, betrokken bij deze kennisweek. Eerst als docent bij de vaatcursus, later als lid van de programmacommissie. Tien jaar geleden werd hij benoemd als programmavoorzitter. Sijbrands: “het voorzitterschap kwam eigenlijk meer als een soort mededeling, er is toen niet over gestemd. In april ga ik met emeritaat, een goede aanleiding om op zoek te gaan naar opvolging.”

Hoe kijk je als voorzitter naar de cursussen?
“Ik vind het drie inhoudelijk sterke cursussen, waar veel nieuw onderzoek wordt gepresenteerd. Als voorzitter loop ik altijd veel rond en kijk hoe het gaat in de zalen. Hoe is de sfeer? Door de jaren heen ben ik minder zelf gaan presenteren, ik vond het ingewikkeld om zowel docent als voorzitter te zijn. De indruk zou kunnen ontstaan dat je je eigen cursus belangrijker vindt, daarom hield ik het liever gescheiden.”

Wat maakt deze cursussen zo waardevol?
“Wat ik onderscheidend vind aan onze cursussen is de brede nationale blik, de opzet is een beetje naar Amerikaans model. Als er iets nieuw is, dan hoor je het meteen tijdens de cursus op Papendal. Cursussen binnen instituten gaan meer over eigen onderzoek en de gearriveerde kennis.

Daarnaast bouwen deelnemers een netwerk op dwars door Nederland. Dat biedt veel mogelijkheden om onderzoek te repliceren en samen te werken. Het verloopt veel natuurlijker, omdat ze dat niet via de PI’s hoeven te organiseren. Bij consortia gebeurt dit natuurlijk ook, maar zoals het hier tijdens de cursus gaat, zie ik als een kers op de taart. Op de eerste dag zie je deelnemers vooral groeperen per instituut, later is het gemengd. Daar geniet ik van als ik dat zie.”

Welke veranderingen heb je gezien of doorgevoerd?
“In mijn eerste jaren was het een beetje een drilweek. Deelnemers moesten zich hele dagen lang echt suf werken. Het was heel tijdrovend met veel luisteren en leeswerk, gevolgd door opdrachten maken. Halverwege de week waren deelnemers total loss.

Je kan niet makkelijk weg om éven naar het lab te gaan voor je onderzoek.
Eric Sijbrands

De opdrachten heb ik niet helemaal weggekregen, maar we hebben nu meer tijd voor elkaar en voor dingen als postersessies en TedMed talks. Dat laatste vind ik het leukste onderdeel, het is mooi om te zien hoe goed de deelnemers hierin zijn."

Heb je daar een voorbeeld van?
“De TedMed presentatie van Karl Harber (toenmalig VUmc) in 2019. Hij vergeleek de gemene en de beschermende macrofagen met respectievelijk exiters en remainers van de Brexit. De macrofagen werden weergegeven als gezichten van Engelse politici. Hij wist zelfs John Bercow, de lagerhuisvoorzitter, bekend om zijn geroep om “order, order”, een rol te geven: hij moest de chaos in het lichaam herstellen.

Hij was een goed acteur en het gaf mij de bevestiging dat we met de TedMed talks op het goede spoor zaten. Het zorgt ervoor dat deelnemers veel meer praten vanuit de impact van hun onderzoek, en dat ze hun nek durven uit te steken. Fascinerend goed zijn ze erin, en het is nuttig voor onderzoeksaanvragen. Hiermee laat je zien dat je boven de stof staat. Voor de meesten is het de eerste keer dat zij op die manier over hun onderzoek nadenken.”

Wat maakt Papendal een geschikte locatie?
“De geïsoleerde ligging. Je kan er niet makkelijk weg om éven naar het lab te gaan voor je onderzoek. Ik weet dat labwerk belangrijk is, maar dat mag geen excuus zijn. Je collega’s kunnen heus werk waarnemen als je een keer naar een congres gaat. Dat doe je ook voor hen.

Daarbij zijn we streng: je mag niet zomaar een dag missen. Voor verzuim moet een goede reden zijn, anders kun je beter volgend jaar terugkomen. Misschien ben ik door de jaren heen wel wat strenger geworden, maar daardoor weet men, dat het diploma ook echt wat waard is.”

Waren er ook momenten dat het minder voorspoedig ging?
“Er was een jaar dat veel docenten niet konden komen door files of problemen met het OV. Toen ben ik zelf gaan presenteren: ik vroeg de deelnemers welke onderwerpen ze interessant vonden en heb daarover verteld vanuit mijn eigen onderzoek. Dat was niet de supercursus, die het had kunnen zijn, het werd fragmentarischer. Normaal sluiten de colleges echt goed op elkaar aan, daar zit veel voorbereiding in.

Eén jaar was er een grote wachtlijst. Toen hebben we de vaatcursus dubbel gedaan: elke docent gaf zijn of haar college twee keer. Dat ging verrassend goed, ook al is de volgorde wat anders. Dat was een mooie bereidheid van de docenten en zo konden we de enorme wachtlijst voor de Vaatcursus wegwerken.”

Wat wil je meegeven aan je opvolger?
“Goed in de gaten houden dat innovatie continu aan bod komt. Dus vooruit kijken naar dingen die staan te gebeuren in de nabije toekomst. Idealiter zouden de cursussen nog meer interactief zijn, maar ik weet ook dat dat meer voorbereiding vraagt, van zowel docenten als deelnemers.”

Volgend jaar vinden de cardiovasculaire cursussen plaats van 11 tot en met 15 oktober. Bekijk onze programmapagina voor meer informatie.