“Het vinden van verklaringen is niet het belangrijkste voor patiënten”
Uit onderzoek was al lang bekend dat mensen met PTSS vaker hart- en vaatziekten hebben. De vraag was alleen: vergroot PTSS het risico op hart- en vaatziekten of is het omgekeerd? Dekkerlaureaat Jorien Treur zette voor een antwoord op deze vraag zeer moderne methoden in die ontwikkeld zijn om betrouwbaar oorzakelijke verbanden te vinden.
Door: Nelleke van der Houwen
Mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) hebben een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, zoals hartinfarcten en hartfalen. De belangrijkste factoren die eraan bijdragen dat PTSS kan leiden tot een hart- of vaatziekte zijn roken, overmatig alcoholgebruik, slaapproblemen en hoge ontstekingswaarden in het bloed. Treur en haar team ontdekten allereerst dat een aanzienlijk deel van de DNA-variaties die de kans op PTSS vergroten, ook het risico op hart- en vaatziekten vergroten. Met dit gedeelde genetische risico werd in eerder onderzoek naar de relatie tussen PTSS en hart- en vaatziekten nooit rekening gehouden. Daarbovenop ontdekten de onderzoekers een oorzakelijke relatie: PTSS vergroot het risico op hart- en vaatziekten.
Hoe ben je op dit onderzoeksidee gekomen?
“Ik wilde aanvankelijk de relatie tussen een klinische depressie en hart- en vaatziekten onderzoeken. Toen kwam ik erachter dat een andere onderzoeksgroep dat al ging doen. Gelukkig kwam ik op een wetenschappelijk congres in gesprek met onderzoekers die over de grootste genetische dataset met informatie over PTSS beschikken. Omdat PTSS ook een psychische aandoening is met een duidelijke link naar hart- en vaatziekten, konden we de scope van mijn onderzoek verleggen naar PTSS. Het is heel mooi dat we nu gezamenlijk hierover kunnen publiceren. Ook heb ik uiteindelijk mee kunnen werken aan de studie van de onderzoeksgroep die al naar klinische depressie keek!”
Wat zijn je wensen voor de toekomst?
“Omdat we te weinig gegevens hadden over mensen van niet-Europese achtergronden, moesten we dit onderzoek beperken tot mensen met Europese voorouders. Dat vind ik erg jammer en het is een enorme beperking van veel genetisch onderzoek – en medisch onderzoek in het algemeen. We werken aan meerdere initiatieven om dit te veranderen. Zo zijn we begonnen met een nieuwe studie die specifiek kijkt naar de relatie tussen psychische problemen en hart- en vaatziekten bij mensen met een niet-Europese achtergrond. Daarnaast zijn we bezig om algoritmes te ontwikkelen die er voor zorgen dat we in genetische studies deelnemers van alle achtergronden kunnen includeren.”
Wat heb je geleerd tijdens je onderzoek?
“Voordat ik mijn onderzoek startte was ik al van plan om samen te werken met patiënten. We hebben dan ook samen met Harteraad een klankbordgroep opgesteld. Dat is heel leerzaam. Als onderzoeker ben je erg gericht op het vinden van verklaringen. Hoe komt het precies dat mensen met PTSS vaker hart- en vaatziekten hebben? Dat bleek niet het belangrijkste te zijn voor patiënten. Zij vinden dat het onderwerp niet op de agenda staat. Voor hen is belangrijk dat cardiologen meer aandacht krijgen voor psychische problemen na bijvoorbeeld een hartinfarct. En dat psychiaters meer aandacht hebben voor hart- en vaatziekten bij een patiënt met een psychische ziekte. Daar wil ik me ook voor inzetten.”
Interessant voor jou
Het laatste nieuws voor professionals