Professionals.Hartstichting.nl wordt geladen

Door: Pjotr van Lenteren

Met de reeds zittende leden vormt Folkert Kuipers een multidisciplinair team, dat de Hartstichting gevraagd en ongevraagd adviseert op het gebied van wetenschap en zorginnovatie. Wat is zijn visie? Wat wil hij toevoegen aan de WAR en wat hoopt hij met de WAR te bereiken?

Hoogleraar kindergeneeskunde Folkert Kuipers (1957) vindt het mooi dat de Wetenschappelijke Adviesraad van de Hartstichting zo multidisciplinair is geworden, met veel aandacht voor toepasbaarheid van wetenschappelijke kennis. Maar ook mooi dat hij het geluid van de fundamentele wetenschap mag vertegenwoordigen.

"Want daar begint het uiteindelijk allemaal mee."
Zijn eigen achtergrond moet hij altijd even uitleggen. Als biochemicus is hij, via onderzoek naar leverziekten, steeds meer in de cardio-metabole ziekten terechtgekomen, met kindergeneeskunde en gezond ouder worden als rode draad. "Veroudering begint natuurlijk al bij de conceptie. Dus zo gek als het klinkt, is het niet."

Kuipers is bij de Hartstichting bekend als onderzoeksleider van het consortium IN CONTROL, een van de drijvende krachten achter het CVON, voorloper van de DCVA. Kuipers begon zijn onderzoekscarrière ooit met een Dekkerbeurs en was bestuurlijk betrokken bij het opzetten van een Healthy Ageing-programma in Noord-Nederland. Dat hield onder meer in dat er een European Research Institute for the Biology of Ageing (ERIBA) werd opgezet en het bekende Lifelines-onderzoek, waarin de gezondheid van een grote groep Noord-Nederlanders levenslang wordt gevolgd.
Naast zijn rol als onderzoeksleider was hij ook jarenlang decaan van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Tegenwoordig doet hij weer 'gewoon' onderzoek. Recent is hij door de Raad van Bestuur van het UMCG gevraagd om wetenschappelijk directeur te worden van ERIBA voor een periode van vijf jaar. Het belang voor het onderzoek naar hart- en vaatziekten kan in al zijn ondernemingen nauwelijks worden onderschat. "Leeftijd is dé grote risicofactor voor het hart."

Wetenschap is geen individuele sport, samenwerken is essentieel.
Folkert Kuipers

Waar ben je trots op?
“Ik ben vooral trots op de resultaten van een aantal grote en kleine projecten waar ik aan heb mogen bijdragen, zowel wetenschappelijk als bestuurlijk. De dingen die je samen met anderen doet en bereikt. Wetenschap is geen individuele sport, samenwerken is essentieel. Ons eigen onderzoek draait om de vraag hoe darm, lever en hart samenwerken en zo bijdragen aan gezond ouder worden. En, hoewel er nog veel is dat we niet weten, we hebben op dat vlak veel bereikt en zijn bezig resultaten te vertalen naar nuttige toepassingen. Als ik één ding moet noemen, waar ik zowel als onderzoeker als bestuurder trots op ben, is het de opgebouwde onderzoeksinfrastructuur voor Healthy Ageing-onderzoek in Groningen, met onder meer ERIBA en Lifelines. In ERIBA doen we fundamenteel onderzoek naar de mechanismen die ten grondslag liggen aan veroudering, vaak dezelfde mechanismen die aan de oorsprong liggen van leeftijdgerelateerde ziekten. In Lifelines worden 170.000 Noord-Nederlandse mensen gevolgd, van wie elke 5 jaar biologisch materiaal wordt verzameld, hun leven lang. We zitten nu in de derde ronde en sommige mensen zijn ziek geworden. We kunnen nu gaan terugkijken of we hun huidige toestand 10 jaar geleden hadden kunnen voorspellen met de kennis van nu. Dit onderzoek heeft voor het ontwikkelen van preventieve behandelingen grote waarde."
 
Wat hoop je te bereiken met de WAR?
"Ik vertegenwoordig, denk ik, de fundamentele wetenschap in een mooie, kleurrijke Wetenschappelijke Adviesraad met specialisten uit diverse achtergronden. Ik zal zeker pleiten voor blijvende aandacht voor basaal onderzoek en voor de levensloopbenadering. Preventie staat tegenwoordig volop in de aandacht en dat is mooi, maar er is nog veel dat we niet weten. Werk aan de winkel en ik zal me er zeker hard voor maken dat de Hartstichting dit soort onderzoek blijft financieren. Verder vind ik talentontwikkeling erg belangrijk. Ik heb zelf ooit veel gehad aan een Dekkerbeurs en vind dat naast het financieren van grote consortia, een heel goede keus trouwens, individuele carrières ook aandacht moeten blijven krijgen. Hoe kunnen we zorgen dat er steeds opnieuw een sterke, nieuwe generatie goede cardiovasculaire onderzoekers in Nederland opgroeit? Ik zie dat in de landen om ons heen soms meer mogelijk is dan hier. We hebben nu een heel hoog niveau. Laten we zorgen dat we niet over twintig jaar moeten zeggen: 'Das war einmal.'"

Nieuwsbrief voor professionals

Op de hoogte blijven? Schrijf je in en ontvang maandelijks informatie over calls, interviews en het laatste nieuws over ons hart- en vaatonderzoek.