Naar content

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

Wat willen deze drie nieuwe leden van de WAR?

Door: Richard van Duin
Wat willen deze drie nieuwe leden van de WAR?

Wat willen deze drie nieuwe leden van de WAR?

Drie nieuwe leden van de wetenschappelijke adviesraad van de Hartstichting, Carmen van Vilsteren (midden), directeur Health van TU Eindhoven, geneesmiddelenexpert Bert Leufkens (rechts) en cardioloog Steven Chamuleau (links) vertellen wat zij willen bereiken met de WAR.

De wetenschappelijke adviesraad verwelkomt dit voorjaar naast nieuwe voorzitter Arend Mosterd vijf nieuwe leden. Met de zittende leden vormen zij een multidisciplinaire raad die de Hartstichting gevraagd en ongevraagd zal adviseren op het gebied van wetenschap en zorginnovatie.

Carmen van Vilsteren, directeur Health van TU Eindhoven, geneesmiddelenexpert Bert Leufkens en cardioloog Steven Chamuleau: ze zijn een mooie illustratie van hoe breed het hart- en vaatziektenveld geworden is. De hele keten van fundamentele kennis naar oplossingen voor patiënten is aan boord. Wat is hun visie? Wat willen zij toevoegen aan de WAR en wat hopen ze te bereiken?

Carmen van Vilsteren

“Meer onderzoek is mooi, maar meer resultaten van onderzoek bij de patiënt brengen is nog mooier.”

Carmen van Vilsteren draagt nog wel het opvallendst bij aan de multidisciplinaire aard van de nieuwe WAR. Het boegbeeld van de topsector Life Sciences & Health heeft geen cardiovasculaire maar een technische achtergrond. Ze studeerde in Delft en werkte dertig jaar in de industrie, zowel bij grote bedrijven als Philips als bij een aantal startups in het health-domein. Zo was ze CEO van Microsure. Vier jaar geleden begon ze bij TU Eindhoven als directeur Health, één van de drie strategische gebieden van de universiteit. Daarnaast is ze voorzitter van het bestuur van Eindhoven MedTech Innovation Center (e/MTIC), een samenwerkingsverband tussen Philips, de TU/e en drie regionale topklinische ziekenhuizen. Het doel van e/MTIC is onderzoeksresultaten snel op de markt en bij de patiënt brengen.

Waar ben je trots op?
“In 1997 was ik de projectleider van de ontwikkeling van een C-boog, een onderdeel van een cardiovasculair röntgensysteem. Deze C-boog houdt de röntgenbuis en de detector vast en beweegt deze rond de patiënt. Ik heb de ontwikkeling daarvan geleid vanaf het allereerste begin, het bijwonen van interventies en praten met de artsen, tot en met het introduceren op de markt. Tot op de dag van vandaag wordt deze C-boog geproduceerd en gebruikt. Philips heeft me verteld dat iedere seconde ergens op de wereld een patiënt gedotterd wordt of een diagnose krijgt onder ‘mijn’ C-boog. Ik weet niet of ik ooit nog in mijn carrière die impact zal kunnen evenaren. En toevallig was dat nog op cardiovasculair gebied ook!” 

Wat wil je bereiken met de WAR?
“Dat zal geen verrassing zijn: mijn ambitie is niet zozeer méér onderzoek, maar meer resultaten van onderzoek bij de patiënt brengen. En ik denk dat we daarvoor niet alleen naar de patiënt moeten luisteren maar ook nog veel hechter moeten gaan samenwerken met bedrijven. Want anders blijft onderzoek leiden tot een goede publicatie en een verbeterde procedure in een ziekenhuis, maar niet tot iets dat elke seconde ergens op de wereld een patiënt helpt.”

Bert Leufkens

“Waar ik vooral naar wil kijken is hoe geneesmiddelenbeleid, publiek-private samenwerking en innovatie elkaar kunnen versterken”

Bert Leufkens is hoogleraar farmaceutische wetenschappen in Utrecht en heeft dertig jaar onderzoekservaring op het gebied van geneesmiddelengebruik, -regulering en -beleid. Hij was tien jaar voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Als lid van verschillende wetenschappelijke commissies van het Europees geneesmiddelenbureau (EMA) heeft hij onder andere bijgedragen aan de introductie van de eerste medicijnen tegen pulmonale arteriële hypertensie en antilichamen bij hypercholesterolemie. Hij zet zich graag in voor het cardiovasculaire veld omdat daar zoveel samenkomt: grote invloed op de volksgezondheid, veel comorbiditeit en complexe interventies. 

Waar ben je trots op?
“Waar ik vooral trots op ben is mijn rol bij het blijvend aanzwengelen van dialoog tussen geneesmiddelenbeleid, patiëntenperspectief en innovatie. En dit vraagt om vertrouwen, respect voor verschillende standpunten, maar ook elkaar aanspreken op verantwoordelijkheden. Men omschrijft mij vaak als bruggenbouwer.”

Wat wil je bereiken met de WAR?
“Waar ik vooral naar wil kijken is hoe geneesmiddelenbeleid, publiek-private samenwerking en innovatie elkaar kunnen versterken, dat zijn wel de dingen die mij bezighouden. Er zit veel potentie in nieuwe innovaties, van stamceltherapie tot nieuwe technieken in de interventiecardiologie, maar tegelijkertijd blijft het belangrijk om ook bestaande middelen nog beter te begrijpen. Dat laatste is ook in deze tijd van COVID natuurlijk heel belangrijk. Slimme innovaties zijn altijd een samenspel tussen het zoeken naar nieuwe dingen, én het bewaren en verbeteren van het goede. Ik zie echt wel toekomst in nieuwe therapeutische mogelijkheden, maar ook in het hergebruik van bestaande middelen. En dat is iets wat ik ook hoop verder vorm te geven in de WAR.”

Steven Chamuleau

“De dokter is klaar voor de patiënt, horen we vaak. Maar het moet eigenlijk zijn: de patiënt is klaar voor de dokter.” 

Steven Chamuleau is hoogleraar algemene cardiologie. Na zijn opleiding in Amsterdam werkte hij twaalf jaar lang in Utrecht als cardioloog. Naast zijn klinische taken heeft Chamuleau specifieke aandacht voor translationeel onderzoek. Hiermee slaat hij een brug tussen fundamenteel en klinisch onderzoek. Vorig jaar ging hij terug naar de hoofdstad waar hij de vakgroep cardiologie van de alliantie VUmc-AMC leidt. Als arts houdt hij zich niet zozeer bezig met preventie, maar juist met tertiaire zorg zoals de laatste fase van hartfalen, of meervoudige klepgebreken. “Als echt de motor volledig in elkaar stort, doe ik mijn best nog iets zinnigs te bedenken om de boel op gang te houden. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik preventie niet belangrijk vind, maar die hele complexe gevallen vind ik buitengewoon interessant.”

Waar ben je trots op?
“Ik ben trots op het succes van de Hart Beweegdag die we in Utrecht al een paar keer met heel veel plezier hebben georganiseerd. Ruim 600 man voor 1 dag samen in stadion Galgenwaard: samen sporten, samen informatie uitwisselen, samen gezond eten, kortom: samen het verschil maken. Echt een prachtig voorbeeld van hoe je met patiënten en zorgprofessionals een vrolijke start maakt om leefstijl daadwerkelijk positief te beïnvloeden. We zeggen in de spreekkamer vaak tot slot: “en oh ja: u moet afvallen en meer bewegen”, en daar moet de patiënt dan maar mee aan de slag. Met dit initiatief geven we het goede voorbeeld, en dragen we oplossingen aan. Het was steeds een groot succes voor de patiënten, maar ook voor de betrokken artsen en verpleegkundigen. Een aanrader voor iedereen.”

Wat wil je bereiken met de WAR?
“Ik denk dat we met zijn allen, de medische centra, de zorgverleners, maar ook de Hartstichting en de WAR, moeten moderniseren. In deze COVID-tijd verandert de kliniek volledig. We hadden onszelf in Amsterdam al voorgenomen om binnen 2 jaar het aantal fysieke polibezoeken met 25% te verlagen, dat was één van mijn doelen. Met de komst van het coronavirus zagen we binnen drie weken een daling van 95%. Wat ik nu vooral niet wil, is teruggaan naar waar we vandaan kwamen. We moeten de gedwongen veranderingen die gepaard gaan met deze crisis gebruiken om duurzame stappen te maken. Dat betekent dat er veel meer aandacht moet zijn voor hoe we patiënten veilig en prettig thuis kunnen houden. Met E-health en Artificial Intelligence. De dokter is klaar voor de patiënt, horen we vaak. Maar het moet eigenlijk zijn: de patiënt is klaar voor de dokter. Als we daar als WAR aan bij kunnen dragen, denk ik dat dat heel goed zou zijn.”

Lees meer over dit onderwerp

Wetenschappelijke Adviesraad (WAR)

Wetenschappelijke Adviesraad (WAR)

Arend Mosterd nieuwe voorzitter wetenschappelijke adviesraad

Arend Mosterd nieuwe voorzitter wetenschappelijke adviesraad

Goed onderzoek volgens de Hartstichting

Goed onderzoek volgens de Hartstichting