Meer dan 5 miljoen euro toegekend voor drie Europese onderzoeken naar hart- en vaatziekten (2024)
Drie internationale onderzoeksteams, waar ook Nederlandse onderzoekers bij betrokken zijn, ontvangen financiering van de Hartstichting samen met Britse, Duitse en Franse partner-organisaties. Christian van der Werf is een van de betrokken Nederlandse onderzoekers en vertelt over de meerwaarde van zijn samenwerking.
Toonaangevende mid-career onderzoekers in Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk bundelen hun krachten om innovaties te stimuleren zodat hart- en vaatziekten eerder herkend en beter en sneller behandeld worden. De Hartstichting werkt hiervoor nauw samen met de British Heart Foundation (BHF), het German Centre for Cardiovascular Research (DZHK) en de Lefoulon-Delalande Foundation (LDF).
Zesde jaar van financiering
Samen hebben de vier financiers dit jaar iets meer dan 5 miljoen euro toegekend aan drie internationale teams. De komende vier jaar jaar gaan ze werken aan onderzoek naar ventriculaire ritmestoornissen, SCAD en hartfalen. Vorig jaar was het de zesde keer dat er een gezamenlijk financieringsronde plaatsvond. Het was voor het eerst dat de LDF is betrokken. De drie nieuwe toekenningen brengen het totaal aantal projecten dat via het partnerschap wordt gefinancierd op 19.
Kleine aantallen vergroten
Internationaal samenwerken kan verschillende voordelen bieden. Bijvoorbeeld als het gaat om zeldzame aandoeningen, dan heb je in één land niet altijd genoeg patiënten voor een betrouwbaar onderzoek. Dat herkent ook Christian van der Werf, cardioloog en onderzoeker bij Amsterdam UMC. Hij is vanuit Nederland betrokken bij het CRISTI-onderzoek.
“Ondanks de zeldzaamheid hebben we in Nederland juist relatief veel patiënten met CPVT. In Nederland gebeurt namelijk veel familieonderzoek via klinisch genetici, waardoor ook familieleden zonder klachten bij ons in beeld komen. Dat is in dit geval prettig voor de Franse en Britse onderzoekers met wie we samenwerken”.
Elkaars expertise aanvullen
En dat is niet het enige, de samenwerking versterkt het onderzoek ook op het gebied van expertise. “De onderzoekers uit Nantes hebben heel veel ervaring met genetische analyses,” vertelt Van der Werf. Bij CPVT is er vaak één hoofdoorzakelijke genetische variant waar andere genetische varianten mogelijk invloed op kunnen hebben. Bepaalde combinaties van genetische varianten zorgen er mogelijk voor dat de ziekte daadwerkelijk tot uiting komt. “Die expertise uit Frankrijk is heel waardevol. En onze collega’s in Manchester hebben muismodellen voor CPVT. Dat biedt goede mogelijkheden om nieuwe hypothesen en medicijnen te testen. Zo kunnen we echt onze krachten bundelen”.
Impact van het onderzoek
Het onderzoek richt zich voornamelijk op twee zaken. Aan de ene kant is een betere risicostratificatie wenselijk. Van de Werf: “We willen beter weten hoeveel risico een patiënt loopt. En wegen de bijwerkingen van medicatie hier wel tegen op? Hier is meer maatwerk mogelijk bij CPVT.”
Ook is er behoefte aan nieuwe of andere behandelingen. “De huidige behandeling bestaat vaak uit bètablokkers die de rusthartslag verder omlaag brengen, terwijl deze gemiddeld al lager is bij patiënten met CPVT. We hebben vermoedens dat de lage hartslag soms averechts werkt. We gaan daarom onderzoeken of het verhogen van de rusthartslag een beschermend effect heeft .”
Dien ook een voorstel in
Interessant voor jou
Het laatste nieuws voor professionals