Professionals.Hartstichting.nl wordt geladen

Toonaangevende mid-career onderzoekers in Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk bundelen hun krachten om innovaties te stimuleren zodat hart- en vaatziekten eerder herkend en beter en sneller behandeld worden. De Hartstichting werkt hiervoor nauw samen met de British Heart Foundation (BHF), het German Centre for Cardiovascular Research (DZHK) en de Lefoulon-Delalande Foundation (LDF). 

Zesde jaar van financiering

Samen hebben de vier financiers dit jaar iets meer dan 5 miljoen euro toegekend aan drie internationale teams. De komende vier jaar jaar gaan ze werken aan onderzoek naar ventriculaire ritmestoornissen, SCAD en hartfalen. Vorig jaar was het de zesde keer dat er een gezamenlijk financieringsronde plaatsvond. Het was voor het eerst dat de LDF is betrokken. De drie nieuwe toekenningen brengen het totaal aantal projecten dat via het partnerschap wordt gefinancierd op 19.

Over de onderzoeken

De financiering ondersteunt onderzoekers in de vier Europese landen om samen te werken en hun kennis, expertise en middelen uit te wisselen om uitdagingen in de cardiovasculaire wetenschap en geneeskunde aan te pakken. De toekenningen zullen ook de carrière van de onderzoekers versnellen. Dit helpt de route naar toekomstige leiderschap in hun onderzoeksgebied.

  • Hartfalen behandelen met gentherapie (CONDUCTION-GTx)

    Naar schatting hebben meer dan 15 miljoen mensen in Europa hartfalen. Bij sommigen kan daardoor het elektrische bedradingssysteem van het hart beschadigd raken. Dit beïnvloedt het vermogen van het hart om effectief te kloppen en bloed door het lichaam te pompen. Mensen met hartfalen kunnen een pacemaker krijgen om hun hartslag te reguleren, maar dit werkt niet voor iedereen.

    Onderzoekers bestuderen of gentherapie kan helpen om het onderliggende probleem met het elektrische bedradingssysteem van het hart te corrigeren. Eerder werk van het team suggereert dat dit een veilige en effectieve manier is om de hartfunctie te verbeteren. Nu gaan ze de gentherapie bestuderen bij muizen en varkens met hartfalen om te zien welk effect dat heeft op het gedrag van hartcellen en de algehele gezondheid.

    Met computermodellen zullen onderzoekers testen hoe gentherapie werkt bij patiënten met hartfalen. Ze zullen ook monsters van menselijk hartweefsel bestuderen om te achterhalen wat ervoor zorgt dat het elektrische systeem van het hart defect raakt en hoe gentherapie dit kan repareren. Mogelijk leidt dit werk tot een nieuwe behandeling die de hartfunctie herstelt en de overleving verbetert voor mensen met hartfalen.

    Hoofdonderzoekers: Dr. Alicia D'Souza, Imperial College London; Professor Dr. Constanze Schmidt, Universitair Ziekenhuis Heidelberg; Dr. Gerard Boink, Universitair Medisch Centrum Amsterdam; Dr. Jason Bayer, Universiteit van Bordeaux.

    Volledige titel: Normalising Ventricular Conduction in Heart Failure by Gene Therapies.

  • Betere voorspelling en behandeling voor CPVT (CRISTI)

    Catecholaminerge polymorfe ventriculaire tachycardie (CPVT) is een zeldzame aandoening die het hartritme beïnvloedt en kan leiden tot plotse dood. De oorzaak is een defect gen dat patiënten erven van een van hun ouders. Het gen heeft een cruciale rol in hartcellen, waar het de signalen reguleert die het hart laten kloppen. Wanneer dit niet goed werkt, kan bijvoorbeeld inspanning of stress ernstige hartritmestoornissen veroorzaken - bij CPVT is dit meestal een zeer snel hartritme dat ventriculaire tachycardie wordt genoemd.

    Hoewel een bloedtest de aandoening kan diagnosticeren, kan het niet voorspellen wie hartritmestoornissen zal ontwikkelen en wie mogelijk risico loopt op een hartstilstand. Medicijnen die abnormale hartritmes behandelen werken niet altijd en zorgen er soms voor dat patiënten zich zieker voelen.

    In deze studie zullen onderzoekers bloedtesten analyseren in combinatie met gedetailleerde analyses van het hartritme. Mogelijk kan dit helpen bepalen welke patiënten met het defecte gen het hoogste risico lopen op het ontwikkelen van ernstige hartritmestoornissen. Het team zal ook nieuwe manieren testen om CPVT bij muizen te behandelen om een ​​behandeling te vinden die het leven van mensen met de aandoening verbetert en hun risico op plotseling overlijden vermindert.

    Hoofdonderzoekers: Dr. Luigi Venetucci, Universiteit van Manchester; Dr. Julien Barc, The National Institute for Health and Medical Research; Dr. Christian van der Werf, Amsterdam University Medical Center.

    Volledige titel: From CPVT patient RIsk Stratification to new Therapeutic Interventions

  • Oorzaken van SCAD in beeld brengen (ID-SCAD)

    Spontane coronaire arteriële dissectie (SCAD) is een aandoening waarbij de bloedvaten die het hart van bloed voorzien een scheur in de vaatwand oplopen. Dit leidt tot een hartinfarct, wat kan resulteren in hevige pijn en een verslechtering van de hartfunctie. Vooral bij patiënten onder 50 jaar wordt SCAD beschouwd als een van de meest voorkomende oorzaken van een hartinfarct, waarbij 80-90% vrouw is. De oorzaken van SCAD zijn nog steeds onbekend en er is geen therapie beschikbaar.

    De onderzoekers willen de onderliggende erfelijke oorzaken ontrafelen met genetische studies. Op basis van deze resultaten zullen onderzoekers vaatwandweefsels van patiënten met SCAD die een harttransplantatie ondergaan bestuderen. Omdat vooral vrouwen op relatief jonge leeftijd door de ziekte worden getroffen, zullen onderzoekers ook het effect van geslachtshormonen bestuderen. Het onderzoeksproject streeft ernaar om SCAD beter te begrijpen en daarmee een eerste stap te zetten naar de ontwikkeling van nieuwe medicijnen.

    Hoofdonderzoekers: Dr. Nabila Bouatia-naji, The National Institute for Health and Medical Research; Dr. Linda van Laake, Utrecht University Medical Center; Dr. Thorsten Kessler, Technische Universiteit München.

    Volledige titel: Identifying molecular drivers to understand and treat spontaneous coronary artery dissection.

Kleine aantallen vergroten

Internationaal samenwerken kan verschillende voordelen bieden. Bijvoorbeeld als het gaat om zeldzame aandoeningen, dan heb je in één land niet altijd genoeg patiënten voor een betrouwbaar onderzoek. Dat herkent ook Christian van der Werf, cardioloog en onderzoeker bij Amsterdam UMC. Hij is vanuit Nederland betrokken bij het CRISTI-onderzoek. 

“Ondanks de zeldzaamheid hebben we in Nederland juist relatief veel patiënten met CPVT. In Nederland gebeurt namelijk veel familieonderzoek via klinisch genetici, waardoor ook familieleden zonder klachten bij ons in beeld komen. Dat is in dit geval prettig voor de Franse en Britse onderzoekers met wie we samenwerken”. 

Cardioloog en onderzoeker Christian van der Werf

Elkaars expertise aanvullen

En dat is niet het enige, de samenwerking versterkt het onderzoek ook op het gebied van expertise. “De onderzoekers uit Nantes hebben heel veel ervaring met genetische analyses,” vertelt Van der Werf. Bij CPVT is er vaak één hoofdoorzakelijke genetische variant waar andere genetische varianten mogelijk invloed op kunnen hebben. Bepaalde combinaties van genetische varianten zorgen er mogelijk voor dat de ziekte daadwerkelijk tot uiting komt. “Die expertise uit Frankrijk is heel waardevol. En onze collega’s in Manchester hebben muismodellen voor CPVT. Dat biedt goede mogelijkheden om nieuwe hypothesen en medicijnen te testen. Zo kunnen we echt onze krachten bundelen”.

Impact van het onderzoek

Het onderzoek richt zich voornamelijk op twee zaken. Aan de ene kant is een betere risicostratificatie wenselijk. Van de Werf: “We willen beter weten hoeveel risico een patiënt loopt. En wegen de bijwerkingen van medicatie hier wel tegen op? Hier is meer maatwerk mogelijk bij CPVT.”
Ook is er behoefte aan nieuwe of andere behandelingen. “De huidige behandeling bestaat vaak uit bètablokkers die de rusthartslag verder omlaag brengen, terwijl deze gemiddeld al lager is bij patiënten met CPVT. We hebben vermoedens dat de lage hartslag soms averechts werkt. We gaan daarom onderzoeken of het verhogen van de rusthartslag een beschermend effect heeft .”

Dien ook een voorstel in

Zie jij ook kansen om samen te werken met Britse, Duitse of Franse collega's? Dit jaar slaat de Hartstichting opnieuw de handen ineen met internationale partnerorganisaties om financiering beschikbaar te stellen voor internationaal onderzoek. Je kunt tot en met 26 mei 2025 een voorstel indienen met onderzoekers uit tenminste twee andere landen.